Home
       Wie zijn wij
       Wie is waar
       Activiteiten
       Geregistreerde bezoekers
       C.O.M. nieuws
          2008 - C.O.M. Hasselt
          2009 - C.O.M. Piacenza
          2010 - C.O.M. Matosinhos
          2011 - C.O.M. Tours
          2012 - C.O.M. Almeria
          2013 - C.O.M - Hasselt
       Enquête

Artikelen
       Nomenclatuur

Standaarden

Foto's
       Kleurkanaries

Weblogs

Forum

Te koop

Links
       Plaats link naar Ornivaria

Support
       Veel gestelde vragen
       Contact

GO
Aanmelden
Nieuwtjes
Heb je ook zin om iets te vertellen aan je vrienden vogelliefhebbers? Wil je ook een artikeltje schrijven en publiceren. Neem vandaag nog contact. Als auteur kun je op deze website zelf artikels publiceren.
Home • Hier bent u:  Artikelen  
RSS-feed RSS-feed
Als je op de knop XML in de hoofdding hieronder klikt dan kun je een feed-abonnement op deze pagina nemen. Bijgewerkte informatie op deze bladzijde wordt automatisch naar uw computer gedownload en kan worden bekeken in Internet Explorer en andere programma's.
Artikelen Ornivaria      
 
 
zondag 6 december 2009
De azulfactor :: open brief aan vriend Matthieu Van Brantegem
Door Gilbert Vanden Borre @ 7:26 :: 3807 Bekeken :: 0 Opmerkingen :: :: Kleurkanaries
 
© Ornivaria Kleurkanaries :: Open brief aan vriend Matthieu Van Brantegem
Auteur: Gilbert Vanden Borre Versie: 2009-12-05
Inhoud
Inleiding
Mathieu, ik heb met de grootste aandacht uw brief aan Dirk Van Den Abeele en Inte Onsman, hun antwoord hierop, uw bedenkingen op hun antwoord en uw oproep om proefparingen te verrichten gelezen. En, het is inderdaad zoals ik had gedacht. We hebben elkaar op de vergadering in de VvNK in Geel (technische dag september 2009) helemaal niet begrepen. Waarschijnlijk omdat we onvoldoende naar mekaar hebben geluisterd en dat we naast elkaar hebben gepraat in de plaats van met elkaar. Sta me toe het onderwerp van discussie voor de lezer samen te vatten vooraleer een antwoord te formuleren.
Onderwerp van discussie
Je zegt tegen Dirk en Onte dat Gilbert Vanden Borre het volgende gezegd heeft: 'door de azulfactor wordt bruine phaeomelanine omgezet in grijze phaeomelanine'. Je vergelijkt deze uitspraak met hetgeen zowel Dirk als Inte hebben gezegd over de azulfactor op een voordracht in Schellebelle. Volgens hen zou bij azulvogels weinig tot geen phaeomelanine worden aangemaakt. Je gaat verder met in gedachten een omzettingsverhaal. Je stelt dat er een groot verschil is tussen omzetten en aanmaken. Je hebt geen weet van grijze phaeomelanine. Een verhaaltje van Gilbert Vanden Borre waar jij ernstig aan twijfelt omdat die beweert dat er grijze phaeo's kunnen worden gekweekt. Je beweert zelf dat azulvogels phaeo vrij zijn. En, je besluit met enkele vragen te stellen. In puntje 6 (je probleemschets) en puntje 7 (hun antwoord) vind de lezer de correspondentie die jij gevoerd hebt met Dirk Van Den Abeele en Inte Onsman.
Wat heb ik gezegd over de azulfactor
Over de werking van de azulfactor
Over de werking van de azulfactor heb ik ongeveer het volgende gezegd. Wellicht niet met exact dezelfde woorden maar hierop kwam het in essentie op neer.
De werking van de azulfactor is reeds zichtbaar in de nest.
De phaeomelanine – die bij een klassieke zwarte vogel voor de eerste rui zeer goed waarneembaar is als bruine phaeomelanine – is niet bruin meer. Deze melanine heeft een transformatie ondergaan en is grijs geworden. Alhoewel niet volledig. Bij sommige vogels blijft er in de zwartreeks nog een zweempje bruine phaeomelanine over. Waarschijnlijk is dit te wijten aan de hoeveelheid phaeomelanine die in de vogel aanwezig is. Dus zomaar zeggen dat de azulfactor alle bruine phaeomelanine transformeert zodat deze grijs toont is niet correct. Na de ruiperiode kan men in de zwartreeks dit klein beetje overblijvende bruine phaeomelanine ook niet meer zien. Deze phaeomelanine heeft ook een grijze kleur gekregen. Daarvoor is de eerste optische factor verantwoordelijk.
Wat helemaal niet correct is, is het feit dat de azulfactor het phaeomelaninebezit vermindert. Sommige beweren zelfs dat de azulfactor hetzelfde zou zijn als een monomelanine vogel. Niets is minder waar natuurlijk. Heel wat monomelanine vogels zijn wel in het bezit van de azulfactor maar dit is totaal iets anders.
De kleur van de bek wordt niet beïnvloed door de azulfactor. Naast de hoeveelheid eumelanine en phaeomelanine zijn er nog heel wat onbekende factoren en milieu-invloeden die vooral de kleur van de hoorndelen bepalen.
Aangezien bij vogels die in het bezit zijn van deze factor de kleur van de aanwezige melanine (zowel eumelanine als phaeomelanine) niet de natuurlijke kleur is, maar een meer (donker)grijze kleur, kan ik niet anders dan besluiten dat deze factor een optische factor moet zijn. Nergens heb ik in gespecialiseerde literatuur kunnen achterhalen dat bij vogels, zoogdieren of planten de bruine kleur van phaeomelanine grijs kan zijn. Wel grijs tonen door de inwerking van andere factoren. Deze factor noem ik in de toekomst dan ook de ‘tweede optische factor’.
Reductie van de phaeomelanine door de eerste reductiefactor en door selectie
Ik heb het op deze technische vergadering van de VvNK in Geel ook gehad over de invloed van de eerste reductiefactor en over de reductie van de phaeomelanine door selectie.
Eerst even over de eerste reductiefactor. Onze agaatvogels en door Ontsman aangeduidt met inoag / inoag. In Italië heeft men vooral in de agaatrood- en agaatgeelmozaïek al decennia lang geprobeerd om de zichtbare bruine phaoemelanine weg te werken. Vandaag is men daar bijna volledig in geslaagd.
Hoe heeft men dit gedaan?
Vooreerst door het zoveel mogelijk inkweken van de citroenfactor. De citroenfactor zorgt er voor dat de bruine phaeomelanine niet meer als bruin is waar te nemen maar daarentegen grijs wordt. Daarenboven is de citroenfactor ook nog een optische factor die er voor zorgt dat grijs als blauw-grijs is waar te nemen. (Meer verduidelijking van de citroenfactor vind je bij mijn artikel 'over bruine vogels verwarring troef' op de website ornivaria.net. Klik hier). Blauw-grijze kleur samen met een gele lipochroomkleur zorgt voor een grijs-groene schijn. Blauwgrijze kleur samen met ontbrekende lipochroomkleur geeft blauw-grijs. Blauwgrijze kleur met rode lipochroomkleur geeft grijs-mauve. Ik beweer dus helemaal niet dat er grijze phaeomelanine of beter gezegd blauw-grijze phaeomelanine bestaat. Wel dat deze die kleur krijgt door de inwerking van de citroenfactor.
Maar de citroenfactor kon niet alle bruine phaeomelanine omzetten in een blauw-grijze kleur. De citroenfactor kon deze klus niet alleen klaren. De enige optie was selectie, selectie en nogmaals selectie.
Wat heeft men nu gedaan om deze selectie te optimaliseren?. Om goed te kunnen zien hoeveel phaeomelanine er in deze vogels zat heeft men de door ons genoemde phaeofactor ingekweekt. Door Ontsman aangeduid met a / a. In het begin begreep ik niet goed waarom men in deze agaatvogels de phaeofactor wou inkweken. Wij die deze factor percipiëren als vogels die alleen maar bruine phaeomelanine bezitten. De reden hiervoor was en is in feite simpel. De phaeofactor belet het optreden van de eumelanine. Er blijft alleen phaeomelanine zichtbaar. Liefhebbers die agaatmozaïekvogels of agaatwit wilden kweken konden (kunnen) op deze manier zeer goed zien hoeveel phaeomelanine er in hun agaatvogels aanwezig was (is). Op die manier heeft men gedurende vele jaren de werking van de eerste reductiefactor – zijnde een vermindering van de phaeomelanine – door een zeer strenge selectie nog meer vermindert. Op deze wijze ontstonden nagenoeg monomelanine vogels. Vogels die uitsluitend eumelanine bezaten.
En dan kwam gelukkig ook de azulfactor. Deze factor werd in deze monomelanine agaatvogels ingekweekt. Deze vogels waren dus: én in het bezit van de eerste reductiefactor; een door selectie gereduceerd phaeomelaninebezit en in het bezit van de een redelijk kwantum citroenfactor. Het weinige overblijvende phaeomelanine kon dus door de azulfactor gemakkelijk worden gemaskeerd waardoor de bruine phaeomelanine zeer licht grijs wordt. Onderzoekers die de azulfactor willen bestuderen en die deze monomelanine vogels als referentiemateriaal nemen komen daardoor al vlug tot het besluit dat de azulfactor ook de phaeomelanine vermindert. Niets is minder waar natuurlijk. Getuige het inkweken van de azulfactor in de zwartreeks.
Blauw-grijze phaeo's
De discussie liep volledig uit de hand toen ik het ook nog even terloops had over de mogelijkheid om blauw-grijze phaeo's te kweken. Ik stelde dat ik het betreurde dat toen men de standaardeisen van de phaeo's heeft opgesteld men niet het onderscheid tussen een zwartphaeo en een bruinphaeo heeft laten bestaan. Iedereen weet nog wel dat men in het begin dat onderscheid bijna niet kon maken. Vele keurders gingen naar huis met een korte adem omdat ze zoveel pluimen hadden moeten opblazen om de donskleur te kunnen bekijken. Was het nu een zwart-ino of een bruin-ino, want zo werden deze vogels in de beginjaren genoemd. Al vlug was men het er over eens dat er maar één soort mocht worden erkend en dat een keurder niet moest gissen of het nu een zwarte dan wel een bruine was. Aangezien de phaeofactor alleen phaeomelanine laat zien en alle eumelanine belet om op te treden (dit is niet het geval in de donskleur) kunnen deze vogels twee totaal verschillende uitingsvormen hebben. Een eerste uitingsvorm die de citroenfactor en de azulfactor bevat en een andere uitingsvorm die noch de citroenfactor noch de azulfactor bevat. Normaal stemmen deze twee uitingsvormen ook overeen met de eisen die men aan een klassieke zwarte respectievelijk bruine kanarie eist/zou moeten eisen. Het is niet moeilijk om u een groene, blauwe, bronze kanarie – om de oudere benamingen nog even te gebruiken – in te beelden en te bedenken dat de zwarte eumelanine vervangen wordt door de lipochroomkleur (geel en rood) of ontbrekende lipochroomkleur (wit). Hopelijk voelt er zich iemand geroepen om deze normale uitingsvorm in te toekomst te laten erkennen/herkennen.
Tot slot
De goede lezer heeft begrepen dat ik door het geven van dit kort antwoord ook een antwoord heb gegeven op de brief die Dirk Van Den Abeele en Inte Onsman aan Mathieu Van Brantegem heeft bezorgd. Indien men hierover nog meer verduidelijking wenst ben ik graag bereid om hierop in te gaan.
Brief van Matthieu Van Brantegem aan Dirk Van Den Abeele en Inte Onsman
Dit schrijven aan Dirk Van Den Abeele kwam er doordat op de vergadering van september niemand een duidelijke geargumenteerde beschrijving kon geven over wat de azul bij de kleurkanarie teweeg brengt.
Dirk.
Kunnen jullie simpele parkietenkwekertjes ons grote kanariekenners uit het slop helpen aub. Indien geen tijd of geen goesting zelfde vrienden.
PS. indien positieve reactie wordt jullie antwoord in het clubblad van VVNK Geel geplaatst, waarna onze kanarioloog Frans Begijn, het op zijn BLOG kan zetten.
Matthieu
 
Vraag aan werkgroep Mutavi
Op de vergadering te Geel (VVNK) werd over de AZUL factor gesproken. Ik stelde de vraag wat de Azul teweeg brengt, omdat ik bijna zeker wist dat vele mensen opteren voor het inbrengen van de factor in verschillende kleurslagen, zonder dat iemand echt weet wat deze veroorzaakt. Niet dat men dat echt moet weten om showvogels te kweken, maar als men een echte kanarioloog is vind ik dat we dit moeten weten. Gilbert Vanden Borre (wie anders), was de enige die een uitgesproken mening had, of tenminste die zijn mening durfde te verdedigen.
Volgens hem word de bruine phaeomelanine omgezet in grijze phaeomelanine. Zelf woonde ik ooit een voordracht bij te Schellebelle, gegeven door Dirk Van Den Abeele en Inte Onsman. Thema was erfelijkheid en pigmentvorming. Volgens Onsman wordt er bij de Azuls weinig tot geen phaeomelanine meer aangemaakt. Dit zijn twee totaal tegenstrijdige opvattingen. Er is een groot verschil tussen het omzetten of het niet meer aanmaken. Om een melanine om te zetten moet ze eerst worden aangemaakt. In het geval ze niet wordt aangemaakt, kan er ook geen omzetting zijn. Bovendien heb ik geen weet van het bestaan van grijze phaeo melanine, niet bij kanaries maar ook niet bij andere dieren(katten, muizen enz….)
Als het zo is, dat bruine phaeomelanine grijze phaeomelanine wordt moet het dus mogelijk zijn om grijze phaeo’s te kweken. Iets waar Gilbert Vanden Borre vrij zeker van is, maar waar ik mijn grootste twijfels bij heb. Bovendien beweren de Azul kwekers dat de Azul’s reeds van in het nest duidelijk herkenbaar zijn door hun helderheid (lees phaeo vrij). Voorwaarde is dat beide ouders op zijn minst Azul verervend dienen te zijn. Hoogstwaarschijnlijk is de vererving dus autosomaal recessief. Vraag is of jullie voor enige opheldering in het Azul gebeuren kunnen zorgen?
1. Is het een kanarie eigen mutatie?
2. Is het een transmutatie? (mutatie via een kruising met een niet kanarie)
3. Is het gewoon een factor via een of andere exotische sijs in gekweekt?
4. Is het een structuur factor?
5. Hoe is de vererving?
Graag had ik hierover jullie mening gekregen.
Het speelt totaal geen rol wie er gelijk heeft in de discussie, Als er al iemand gelijk heeft!
Gibert en ik vinden nog genoeg thema’s om lekker over te bekvechten.
 
Van Brantegem Matthieu
Antwoord van Dirk Van Den Abeele en Inte Onsman op de Brief van Mathieu Van Brantegem
1. Is de azulfactor een kanarie eigen mutatie? Antw: Mogelijk wel maar bewijs ontbreekt
2. Is het een transmutatie? Antw: Ook dit is mogelijk maar ook hier ontbreekt het bewijs.
3. Ingekweekte factor via exotisch sijs? Antw: Acht ik onwaarschijnlijk.
4. Is het een structuur factor? Antw: Microscopisch onderzoek heeft uitgewezen dat dat niet het geval is, bovendien vererven stucturele mutaties altijd dominant.
Er wordt gesteld dat mogelijk phaeomelanine zou worden 'omgezet' of niet meer zou worden aangemaakt.
De eerste stelling leidt tot misverstanden en de tweede is het meest waarschijnlijk. Het is niet mogelijk om phaeomelanine 'om te zetten' naar eumelanine. Melanocyten produceren zowel phaeomelanine als eumelanine en een genetisch signaal van buiten de melanocyt zorgt ervoor dat van phaeomelanine wordt omgeschakeld naar eumelanine.
Dus als er bij een azul kanarie geen phaeomelanine meer wordt gevormd ontbreekt kennelijk het genetisch signaal of de essentiële stof cysteïne die de vorming van phaeomelanine mogelijk maakt.
Het 'grijze' pigment dat we bij een azul in de toppen van de veren zien moet dus zwarte eumelanine zijn. Ik zeg met name zwart omdat grijze eumelanine niet bestaat.
Het grijs dat we zien is een optisch effect veroorzaakt door de densiteit van de eumelanine, m.a.w. de dichtheid van de eumelanine korrels (eumelanosomen) bepaalt de mate waarmee we dit als grijs, donkergrijs of zwart ervaren. De ultieme test om te zien wat de factor feitelijk veroorzaakt is het kweken van een azul phaeo (a / a ; az / az ).
Dit is bij mijn weten nog niet gebeurd maar wetenschappelijk gezien een heel interessant experiment.
 
Inte Onsman
MUTAVI Reseach & Advies Groep.
Slotopmerking van Matthieu Van Brantegem
Voelt er zich iemand geroepen om proefparingen uit te voeren? Zelf heb ik niet de zin de tijd en kweekkooien vrij om een phaeo aan een azul te paren. Bovendien is het een werk van minimum twee jaar, gezien de autosomale en recessieve vererving van de vogels. Het zou zoals M. Onsman zegt een ultieme test zijn. Bovendien een grijze phaeo, daar zou nog volk komen naar kijken. Iemand die zich geroepen voelt kan gerust een phaeo komen halen, man of pop het speelt geen rol.
Opmerkingen
Op dit ogenblik zijn er geen opmerkingen. U wordt uitgenodigd om de eerste opmerking te geven.
U moet ingelogd zijn om een opmerking te posten. U kunt hier inloggen.
 
HomeArtikelenStandaardenWeblogsForumTe koopLinks
Hosting en Design :: Stabiton bvba2007 • Hosting en Design © Stabiton bvba Gebruiksovereenkomst | Privacybeleid | 2017-10-23