Voorwoord
Tijdens het laatste weekend van augustus werd het kleurkanarie congres van de
C.O.M – onder verantwoordelijkheid van het OMJ bestuur – gehouden in de buurt
van Parijs. Namens het O.M.J. waren aanwezig: de voorzitter de heer Pierre Groux
en de verantwoordelijke bestuurder voor de sectie kleurkanaries de heer Roberto
Rossi.
Er waren 8 A-landen aanwezig, vertegenwoordigd door 2 leden. België, Duitsland,
Spanje, Portugal, Frankrijk, Zwitserland, Italië en Nederland. De laatste vertegenwoordigd
door Jac Meesters en Rein Grefhorst.
Er was voor het congres geen van te voren vastgestelde agenda, deze werd ter
plekke vastgesteld.
Gelukkig hadden Nederland, België zich in een bijeenkomst in Brussel al voorbereid
op mogelijke agendapunten.
Agenda punt 1
Vogels met wit lipochroom kennen wij in de toekomst nog in twee variëteiten
Wit dominant (wanneer er zichtbare gele aanslag aanwezig is)
Wit (wanneer er geen zichtbare aanslag aanwezig is)
België en Nederland waren het hier niet mee eens, omdat de vogels welke wij
witrecessief noemen over het algemeen veel helderder van tint zijn dan vogels
zonder aanslag die witdominant zijn. De andere aanwezigen deelden deze mening
niet, ook niet na de aangedragen verschillen in helderheid van de tint en de
kleur van de hoorndelen. Bij de stemming was de uitslag 6 voor en 2 tegen (België
en Nederland)
Vanaf nu zal er dus internationaal niet meer gesproken worden over witrecessief
maar alleen nog over:
Wit
Wit dominant
Agendapunt 2
Het erkennen van vogels met witte staart en slagpennen.
Als argument werd aangedragen: 'dat je bij vogels die niet in het nest zijn
opgevoerd aan de aanslag in de pennen kunt zien in hoeverre het geel vervangen
is door rood'. Een argument dat wij beslist niet deelden. Tijdens het vorige
congres is dit ook al uitvoerig aan de orde geweest en was de stemming 4 voor
en 4 tegen, de doorslag werd toen gegeven door de voorzitter van het OMJ de
heer Groux. Nu bleek dat de Italianen hun huiswerk (lobby) goed hadden uitgevoerd
en was na stemming de uitslag 5 voor en 3 tegen (België, Duitsland en Nederland).
Als tegenstemmers konden wij niet leven met het feit dat onze mooi doorgekleurde
vogels niet meer zouden kunnen deelnemen aan C.O.M. wedstrijden. Wij hebben
dan ook voorgesteld om ze beide te erkennen en deze dan onder te brengen in
aparte klassen. Dit stuitte in eerste instantie op veel verzet bij de heer Groux,
met als argument weer 16 klassen meer. Besloten werd dan ook om de besluitvorming
hierover uit te stellen tot de volgende dag (avond). De zaterdagavond werd dit
voorstel in stemming gebracht, met als resultaat 6 voor en 2 tegen. Dus vanaf
heden kennen wij in de geel- en roodserie vogels met doorgekleurde vleugel-
en staartpennen en vogels met witte vleugel- en staartpennen.
| Doorgekleurde vleugel- en staartpennen |
Witte vleugel- en staartpennen |
| Geel intensief |
Rood intensief |
| Geel schimmel |
Rood schimmel |
| Geelivoor intensief |
Roodivoor intensief |
| Geelivoor schimmel |
Roodivoor schimmel |
Het voorstel van Portugal om dit ook toe te passen bij de ino’s werd voorlopig
verworpen. De komende drie jaar zal aan de hand van de aantallen ingezonden
vogels worden bekeken of dit verantwoord is.
Agendapunt 3
Bij de lichte kleuren mozaïeken T2 (man) toestaan dat er een lichte doorkleuring
van de rug bevedering is.
Een krijtwitte rug, zoals in de huidige standaard staat omschreven is volgens
de indieners van dit voorstel bijna niet haalbaar.
Argumenten:
Wij eisen een diep doorgekleurd en groot masker, dat maakt dat de rug iets zal
doorslaan.
Uiteraard blijft het zo dat de meest heldere de voorrang geniet, als aan allen
andere eisen is voldaan.
Het rood en geel mag bij de mozaïeken minimaal uitlopen in vleugel- en staartpennen.
Ook de borstvlek welke in de huidige standaard als rond staat beschreven zal
in de toekomst beschreven worden als driehoekig. Dit werd door alle aanwezigen
goedgekeurd.
Agendapunt 4
De eumelanine bestreping bij volpigment vogels (zwart- en bruinserie) zal in
breedte bij de intensieve vogels wat worden aangepast. Dit was 50-50, wordt
nu 40-60.
Als argument werden aangedragen dat de grondkleur bij een verhouding van 40%
melanine bestreping en 60% grondkleur beter tot uiting komt. Voor de noordelijke
landen een welkome bijstelling.
Noot:
Voor de schimmels en mozaïeken blijft de verhouding 60-40, dus 60% melanine
en 40% grondkleur.
Agendapunt 5
Een door Spanje nieuw ontworpen keurbriefje waarop de punten aangekruist kunnen
worden werd verworpen.
Dit past op dit moment niet bij de voorgestelde punten bij de keurtechniek.
Wel heeft het OMJ zelf een nieuwe keurbrief voor de kleurkanaries ontworpen.
Hier is met name de C.O.M. sleutel wat verder uitgewerkt. Ook een voorstel om
met minpunten te gaan werken werd verworpen. De keuring moet juist de mogelijkheid
bieden om positieve punten te waarderen.
Agendapunt 6
De uitbreiding van het vraagprogramma.
Hier is door het C.O.M./O.M.J. een nieuwe indeling gemaakt. Vooral bij de mozaïeken
zullen er extra series komen.
Voorbeeld:
Zwartgeelmozaïek T1
Zwartgeelmozaïek T2
Zwartgeelivoormozaïek T1
Zwartgeelivoormozaïek T2
Voor alle mozaïeken zullen T1 en T2 in een aparte groep worden opgenomen, zo
de mozaïeken met ivoor zullen in aparte groepen worden geplaatst.
Agendapunt 7
Aanpassen van de standaardeisen voor de bruine vogels.
De vogels uit de bruingroep zullen worden gevraagd met een maximale oxydatie
van de melanine. Aangepaste standaard.
Lange brede en ononderbroken donkerbruine bestreping. (40-60 voor de intensieven
en 60-40 voor de schimmels en mozaïeken)
Maximale uiting van de melanine, gelijkmatig verdeeld over de vogel (mantel).
Alle bestreping maximaal bruin geoxideerd.
De flankbestreping is duidelijk en symmetrisch en moet een voortzetting zijn
van het rugpatroon en van gelijke kleurdiepte als de rug en kopbestreping.
Snavel, poten en nagels bruinachtig van kleur.
Door het vragen van maximaal melanine zal het lipochroom iets minder helder
overkomen.
Een duidelijk contrast tussen de bestreping en de grondkleur.
Bij de Bruin rood/geel intensief vragen wij een minimale aanwezigheid van phaeo
tussen de bestreping, een verwevenheid met de lipochroomkleur.
Agendapunt 8
Voorlopige standaardeisen voor de bruin topaas.
Deze vogels worden in geringe mate gekweekt, vandaar dat deze nog niet worden
opgenomen in het vraagprogramma. Wel werd er een voorlopige standaardeis opgesteld.
Klassiek bestreping, bruin van kleur.
Afwezigheid van feomelanine. Hierdoor ontstaat er een duidelijk contrast door
de omzoming in de vleugel en staartpennen.
Duidelijke flanktekening, welke een voortzetting moet zijn van het rugpatroon.
Snavel, poten en nagels zijn vleeskleurig.
Ogen donkerrood.
De vleugel en staartpennen zijn goed gemarkeerd.
Agendapunt 9
Keurtechnische aanwijzingen (richtlijnen per kleur).
Voor ieder kleur, of groep van kleuren zijn duidelijk richtlijnen opgesteld
voor maximaal en minimaal aantal toe te kennen punten. Ook voor de fysieke eigenschappen
als:
Bevedering
Vorm en grootte
Houding
Algemene indruk
zijn keurtechnische afspraken gemaakt en zullen in de standaard worden opgenomen.
Voor de definitieve toekenning zie de standaardeisen.
Voor vogels met 94 punten is men verplicht de algemene indruk te waarderen met
5 punten.
Ook zal aan de standaard en lijst worden toegevoegd waarop vermeld staat welke
vogels niet voor punten in aanmerking mogen komen. Dus NG (Non Jugé) op de keurbrief
vermeldt krijgen.
Agendapunt 10
De door België ingezonden brief met daarop een aantal punten (deze punten waren
het resultaat van de bespreking in Brussel.
Tijdens COM en COM erkende wedstrijden keuren met twee keurmeesters (een koppel).
Voorstel werd unaniem aangenomen.
Altijd een koppeling maken tussen een A en een B land, of twee A-landen. Dus
geen koppeling van keurmeesters uit 2 B-landen.
Extra aandacht voor de keuromstandigheden.
Keuren bij daglicht, of als dit niet mogelijk is te keuren bij kunstlicht, volgens
een vastgesteld systeem.
Rein Grefhorst zal namens Nederland een kopie zenden aan het O.M.J. van de keurbakken
die gebruikt worden door de ANBvV.
Agendapunt 11
Spanje heeft een voorlopige standaard gemaakt voor de Jaspis.
In deze voorlopige standaardeis is alleen de enkelfactorige (simple dilution)
Jaspis opgenomen.
De Jaspis zal worden gevraagd in: Zwart, Bruin en in Agaat
Na een marathon dag van ruim 12 uur vergaderen, waar het er soms fel aan toe
ging kon de voorzitter de vergadering sluiten.
Bij de agaat wit mag de lipochroomkleur tussen de bestreping niet zuiver wit
zijn, er moet een lichte verwevenheid zijn van lipochroom met melanine.
Ook moeten ze baardtekening laten zien.
Helaas is er onvoldoende gesproken over de azulfactor. Wel is duidelijk dat
hij in de agaatserie als positief wordt ervaren en wordt toegestaan.
Voor de zwartserie zie de standaard.
Bron: notulanten Rein Grefhorst A.N.B.v.V. en Jac.Meesters
N.B.v.V. Vertaling Gregory Cobbaut A.O.B.